Een schreeuw om hulp van de Harlinger Redding-Maatschappij in de Leeuwarder Courant van 17 maart 1890. In de krant wordt aandacht besteed aan de 10e jaarlijkse rekening en verantwoording avond van de Harlinger Redding-Maatschappij. Tijdens deze avond werden de gedane handeling, de ontwikkeling van het ledenaantal en financiële situatie van het afgelopen jaar gepresenteerd. De gepresenteerde  financiële cijfers waren niet erg rooskleurig en daarom werd ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om een oproep te doen, een schreeuw om hulp.

 

De stand van zaken.

 

Vol trots maakte de maatschappij melding van de veertien schipbreukelingen die zij het afgelopen jaar hadden gered. Een prachtig resultaat! Al deze schipbreukelingen zijn tijdig gered en ontvingen aan wal vakkundige verpleging van de reddingswerkers. Dit werd mogelijk gemaakt door de perfecte staat waarin de boot, het pand, de wagen en de inventaris verkeerde. Dankzij de professionaliteit van de organisatie en diens apparatuur konden de reddingswerkers hun werk goed uitvoeren.

Een minder positieve ontwikkeling vond plaats met betrekking tot het aantal leden. Het ledenaantal was namelijk afgenomen in het afgelopen jaar en dit was een zorgwekkende ontwikkeling. De leden financierden namelijk, door de contributie die zij betaalden, de Harlinger Redding-Maatschappij. De journalist van de Leeuwarder Courant betreurde deze ontwikkeling en hij omschreef de mogelijke gevolgen voor de maatschappij als volgt:

Dit is wel te betreuren, vooral in eene zeestad als deze. Het zou niet tot eer van Harlingen noch tot voordeel van den Zeeman strekken als door schralen geldelijken bijstand deze Vereeniging te niet zou moeten gaan, zooals ook reeds met twee van hare voorgangsters het geval was.”

De financiële vooruitzichten waren niet positief. Dit was extra zuur voor de Harlinger maatschappij, aangezien deze de enige stedelijke reddingsmaatschappij was in Nederland. Als gevolg hiervan was de organisatie volledig afhankelijk van particuliere bijdragen en kon men niet rekenen op financiële steun van de regering. Vanuit de Leeuwarder Courant kwam een sterke afkeer tegen de regering naar voren wat betreft dit punt. In de krant werd geschreven dat de regering in gebreke bleef wat betreft de organisatie van reddingsorganisaties.

 

Een positief verhaal

 

Naast een verslag over de jaarvergadering van de Harlinger Redding-Maatschappij deed de Leeuwarder Courant ook verslag van een recente reddingsoperatie van de maatschappij om het belang van de organisatie te onderstrepen. De voorgaande dinsdag kwam een melding binnen dat een uit Harlingen afkomstige Tjalk vermoedelijk was verongelukt op zee. Het schip was te laat teruggekeerd in de haven en de storm van de afgelopen dagen, samen met het vermoeden van een gebrek aan levensmiddelen aan boord, deed verschillende personen vermoeden dat er sprake was van een ongeval.

De Harlinger Redding-Maatschappij schoot te hulp en voer meteen uit met een voorraad levenbehoeften. De reddingsboot kwam het ogenschijnlijk noodlijdende schip tegen ter hoogte van de Blauwe Slink. Het vaartuig bleek niet de Harlinger tjalk, maar een ander schip. De dienstdoende kapitein van het aangetroffen schip was niet hulpbehoevend en de reddingswerkers konden gerust gesteld terugkeren naar Harlingen. De slotwoorden uit het artikel vormen een prachtige lofzang voor de Harlinger Redding-Maatschappij en die luidden als volgt:

Wij maken melding van het geval, omdat het alweder een bewijs levert, dat door bovengenoemde Maatschappij steeds een oog in ‘t zeil wordt gehouden, om, waar noodig, den Zeeman in zijn moeilijk en gevaarlijk bedrijf van dienst en tot hulp te zijn.”

Uit bovenstaande woorden kwam het belang van het voortbestaan van de Harlinger Redding-Maatschappij prachtig naar voren.

 

Bron: Leeuwarder Courant, 17-03-1890