De Leeuwarder courant van 16 maart 1993 stond bol van de ontwikkelingsplannen voor de Friese economie. Het streekplan, ontwikkeld en gepresenteerd door de Gedeputeerde Staten, werd in verschillende artikelen gepresenteerd aan de Friese bevolking. Het gepresenteerde streekplan was gericht op de stimulatie en groei van verschillende industriekernen in Friesland. Gesproken werd van ‘kansrijke gebieden’ die ontwikkeld konden worden. Hierbij werden verschillende locaties om Leeuwarden genoemd, maar ook Drachten, Heerenveen-Joure, Sneek en Harlingen-Franeker.

 

Het plan

De focus van het streekplan, om de Friese economie te ontwikkelen, lag op de ontwikkeling van verschillende industriegebieden in de provincie.  Hiervoor moesten nieuwe grote industriegebieden worden ontwikkeld tussen Harlingen en Franeker en tussen Heerenveen en Joure. Helaas concludeerden de Gedeputeerde Staten dat eventuele plannen voor stimulering van de groei in Friese dorpen geen kans van slagen had. De positie van de dorpen in Friesland werd pakkend weergegeven in de Leeuwarder Courant:

Vanuit Leeuwarden geen speciaal beleid meer voor behoud van het plattelandsleven. Geen provinciaal beleid dat nieuwe impulsen biedt aan de dorpen, niet langer vechten tegen de bierkaai. Met het platteland moeten de gemeenten en de dorpen zelf zich maar redden.”

De conclusie die hieruit doorklonk was: Het geld kon beter worden besteed aan de ontwikkeling van de genoemde industriegebieden dan aan de ontwikkeling van de kleine dorpen. De Leeuwarder Courant vervolgde:

Friesland heeft, wat een verdere ontwikkeling van regio’s betreft, weinig ijzers in het vuur. Om er toch wat van te maken worden alle kaarten op de kansrijke gebieden gezet. Een provincie met nog een paar trekpaarden, en die moeten het doen.”

Uit het streekplan kwam duidelijk naar voren dat het bedrijventerein Heerenveen-Joure eigenlijks de enige grote kans was op een snelle toename van de werkgelegenheid. Als gevolg van deze potentie vormde dit gebied het belangrijkste speerpunt van het streekplan. Wat betreft de zone Harlingen-Franeker waren de verwachtingen, ondanks de uitgesproken investeringsplannen, minder optimistisch.

De visie van Harlingen

 

Het gemeentebestuur van Harlingen kon zich niet vinden in de plannen van de Gedeputeerde Staten. De gemeente had zich fel verzet tegen de plannen voor een grootschalige industriezone tussen Harlingen en Franeker. De vertegenwoordigers van Harlingen vonden de ontwikkeling van de industriehaven vele malen belangrijker. Volgens de gemeente bood de uitbreiding van deze haven, met zo’n 40 hectare, veel meer perspectief op een stabiele economische ontwikkeling.

De Gedeputeerde Staten reageerde hierop door het belang van de Harlinger haven te onderstrepen en de plannen van de gemeente Harlingen te ondersteunen. Ondanks de uitgesproken steun, aan de ontwikkeling van het havengebied, werd wel met klem benadrukt dat hier geen financiële rechten aan konden worden ontleend. Volgens de provincie moest Harlingen zich niet alleen focussen op de ontwikkeling van de industriehaven, maar juist ook actief de ontwikkeling van het industriegebied langs het van Harinxmakanaal promoten.

 

Bron: Leeuwarder Courant, 16-03-2016