Een alcoholisch bericht uit de Leeuwarder Courant van 13 september 1928. De krant besteedde aandacht aan een bij de raad van Harlingen aangedragen adres van het Harlinger drankweercomité. Dit comité had zichzelf als doel gesteld het drankgebruik onder de bevolking terug te dringen en het liefst geheel te beëindigen. Bij de raad was een adres binnengekomen van het drankweercomité met het verzoek, in verband met het drankmisbruik van de werklieden die werkzaam waren aan de Zuiderzeewerken, om een sluitverbod (dit behoorde sluitgebod te zijn) uit te vaardigen voor de dagen en uren dat de overlast plaatsvond.resolve

 

 

De behandeling

De krant doet vervolgens, aan de hand van de gesprekken in de raadsvergadering, een theoretische beschouwing van het bezwaar. Dit werd als volgt prachtig omschreven in de krant:

 

Naar aanleiding van dit adres merken B. en W. op, dat, waar drankmisbruik door evenbedoelde lieden in hoofdzaak voorkomt des Zondags, het adres practisch hierop neerkomt, dat een sluitgebod wordt verlangd voor dien dag en dan vestigen B. en W. er aanstonds de aandacht op, dat volgens het aangehaalde wetsartikel een sluitgebod voor bepaalde dagen en uren slechts kan worden opgelegd, wegens omstandigheden, op grond van welke misbruik van sterken drank is te vreezen. De wetgever heeft hierbij blijkbaar het oog gehad op bijzondere aanleidingen tot drankmisbruik, als lotingsdagen, feestdagen enz. En nu is het de vraag, of het feit, dat deze gemeente des Zondags wordt bezocht door arbeiders, verbonden bij de Zuiderzeewerken. Als eene zoodanige bijzondere aanleiding is aan te merken, en of niet veeleer is aan te nemen, dat dit bezoek, althans zoolang de werken hier in de buurt niet zijn voltooid, een wekelijks terugkeerend, dus geregeld Zondagsch verschijnsel is. Eertijds althans zijn gemeentelijke verordeningen, welke een sluitgebod voor alle Zondagen inhielden, vernietigd, op dezen grond, omdat met dagen, waarop wegens omstandigheden misbruik van sterken drank is te vreezen, de Zondag als wekelijks terugkeerende rustdag, niet zonder meer mag worden gelijkgesteld, zoodat omstandigheden moeten kunnen worden aangevoerd, welke onafhankelijk van het karakter van den Zondag als zoodanig de vrees voor verhoogd drankmisbruik wettigen.”

 

Weinig hoop dus voor het adres! Na deze theoretische beschouwing van het adres en de bijbehorende wetgeving komt de raad ook met een praktisch bezwaar. De raad beargumenteerd dat, naast de werkleiden van de Zuiderzeewerken, op een gemiddelde zondag nog veel meer bezoekers Harlingen aandoen. Van de vele bezoekers is er slechts een klein aantal dat zich te buit doet aan drankmisbruik. De raad vindt niet raadzaam om de café’s voor een ieder te sluiten. Dit zou de lokale economie geen goed doen.

 

De raad komt wel met een alternatieve suggestie, namelijk een tapverbod. De raad geeft aan dat een dergelijke bepaling reeds bestaat in Harlingen, maar dat hier al enkele jaren niks meer mee wordt gedaan. De raad gaat bekijken of deze bepaling gebruikt kan worden om tijdens de eerstvolgende kermis het drankgebruik binnen de perken te houden. Dit om enigszins tegemoet te komen aan het adres van het Harlinger drankweercomité

 

Bron: Leeuwarder Courant, 13-09-1928